16 juli. Troyes – Vézelay 123 km (T542km). 1422 hoogtemeters. Volgens de planning stond vandaag de langste rit op
het programma. Hoe het parcours er zou uitzien wisten we niet. Na een paar
croissants en 2 koffietjes waren we vertrokken. De zon stond al heel vroeg in
al haar glorie naar ons te lachen en de eerste tientallen kilometers liepen
gesmeerd. Beetje op en af, glooiend en de wind in de rug. Het leek wel alsof
Frankrijk maar uit één rechte baan bestond. Maar stilaan werden de glooiingen
hellingen en hellingen werden heuse klimmetjes, die na enkele uren op de fiets
heel zwaar beginnen te wegen. Liters water en op tijd eten was de boodschap.
Maar het is niet altijd simpel om aan drinkbaar water te geraken, alle dorpjes,
als je al van dorpjes kunt spreken, hebben een hele mooie kerk en een prachtige
“Mairie” maar van horeca, en, of een winkel hebben ze nog niet gehoord. Uiteindelijk
hebben we heel beleefd aan een mevrouw gevraagd om onze drinkbussen te vullen
met water. Waar we 2 jaar geleden bij onze Rome-reis steeds maar moesten schuilen
voor de regen om ondertussen wat kleren te drogen en iets warms te drinken,
zijn we nu content als er eens een wolk voor de zon schuift en we als twee dolle
kinderen onder een sproeier van een aardappelveld gaan staan. We hebben vandaag ook voortdurend geflirt met een andere” wijnstreek: de Bourgogne. Eerst in Tonnerre (zie foto’s) en later uiteraard ook in Vézelay. Het werd
uiteindelijk een 124km lange rit met veel venijn in de staart. Daarom besloten
we om in Vézelay te stoppen en onszelf te trakteren op een hotelletje met een
heus bed i.p.v 2km verder het tentje op te zetten op de camping. Morgen starten
we onze tocht met eerst een bezoek aan de wondermooie Romaanse kathedraal van
waaruit menig pelgrim zijn tocht naar Compostela begon. Hier begin je echt te voelen
dat je deel uitmaakt van een geschiedenis die al heel lang geleden begon, en er
nog lang zal zijn na ons. En met deze gedachte gaan we nu genieten van onze “luxe”.